ahmed1

Interview Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch

‘Er is niets wat vrouwen niet kunnen’

Na jarenlang werkzaam te zijn geweest bij de Amsterdamse politie heeft Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid namens de PvdA, gekozen voor een politieke carrière. Als tegenhanger van discriminatie pleit hij voor vrijheid. Hoe denkt hij hierover en wat kunnen vrouwen volgens hem doen om verder te komen?

Ik ben pas de politiek ingerold toen ik gevraagd werd. In 2005 werd ik gebeld door iemand uit de partij met de vraag of ik lijsttrekker wilde worden van Amsterdam Slotervaart. Daarvoor werkte ik 10 jaar bij de Amsterdamse politie. Ik heb er wel even over na moeten denken, maar als tiener was ik al maatschappelijk betrokken en bij de politie heb ik ook altijd na moeten denken over maatschappelijke problemen. Ik deed ook veel meer dan alleen het politiewerk; ik moest ook altijd nadenken over hoe ik de politie dichter bij een diverse gemeenschap kon brengen. Oost was toen een buurt met veel Turkse en Marokkaanse gezinnen, waar ingewikkelde problemen speelden. Voor de politie was het nog ingewikkelder, omdat ze totaal geen contact hadden met die gezinnen, behalve als ze iemand moesten aanhouden. Die gemeenschap was volledig afgesloten voor instituties zoals de politie en de gemeentelijke overheid. De vraag hoe we daar mee om moesten gaan, heeft mij altijd bezig gehouden en daarom vond ik het wel een uitdaging om mij hierin te verdiepen.

Onbewust was ik dus al bezig met politiek-maatschappelijke problemen. In die tijd was Theo van Gogh vermoord en was ik bezig met debatten over de islam en de positie van moslims binnen de samenleving. Ik was toen ook woordvoerder van de Unie van Marokkaanse Moskeeën, daardoor was ik vaak in de belangstelling. Vervolgens belde de PvdA. Ik heb toen nog even getwijfeld, want ik had geen politieke ervaring, maar zij wisten zeker dat ik het kon. Ik heb eerst met een aantal mensen gepraat, en daarna werd ik aangesteld. Dat ging gepaard met heel veel weerstand. Mijn collega’s voelden zich waarschijnlijk gepasseerd omdat ik vanuit Noord, waar ik woonde, geparachuteerd werd naar Slotervaart. Ik heb toen in mijn eentje campagne gevoerd, omdat mijn collega’s zich op de achtergrond hielden. Die muur waar ik toen tegen aan liep was een grote teleurstelling, want in je eigen politieke partij heb je toch gedeelde standpunten. Helaas waren mijn collega’s toen gedreven door andere emoties en dat was toch even slikken.

Discriminatie op de arbeidsmarkt is op dit moment veel in het nieuws. Het is een muur die je kunt slopen, maar het blijft tegelijkertijd een hindernis die je moet nemen. Wat belangrijk is, is dat je jezelf sterk moet maken in een dergelijke situatie. Een ander heb je nooit in de hand, maar jezelf wel. Wees de architect in je eigen leven en kijk welke competenties je kunt ontwikkelen. Dit met als doel om uiteindelijk discriminatie te verslaan en te denken dat niet iedereen discrimineert. Er ontstaat soms een beeld dat niets meer kan door discriminatie, maar een baan is zoiets als een liefdesrelatie; je hebt er maar eentje nodig. Je zult heel veel teleurstellingen meemaken voordat je die ene match hebt. Essentieel is dat je je niet laat ontmoedigen, want als je dat laat gebeuren, leg je je vrijheid in handen van degene die jou niet moet. Die persoon heeft dan zoveel invloed op je dat je negatief gaat denken over jezelf. Dat betekent dat je een ander laat bepalen hoe jij je leven inricht. Het eerste wat je moet leren is dat je je vrijheid niet in handen van een ander moet laten leggen. Zorg er dus voor dat je beter wordt dan ieder ander, zodat ze niet om je heen kunnen.

Ik zou tegen iedereen willen zeggen dat we geen muren tussen etnische groepen, seksen of geaardheid moeten optrekken, maar juist die muren moeten slopen. Pas als er geen muren meer zijn, kun je mensen verbinden. Daarbij is het belangrijk dat vrouwen de etiquette volgen. Ik zie nog wel eens dat islamitische vrouwen geen handen geven aan mannen of hun jas aanhouden als ze in een openbaar gebouw aan tafel zitten. Dat is een preutsheid wat ze van huis uit hebben meegekregen, maar waar ze toch van af moeten als ze aan het werk gaan. Ik vind ook dat vrouwen elkaar moeten helpen om hogerop te komen. Ze moeten recepten delen van hoe je je talenten kunt benutten. Mijn motto is: als je iets kunt denken, kun je het ook doen. Alleen de weg ernaartoe is er een van bloed, zweet en tranen. Het mooie is dat Stichting Camellia dit soort recepten ook deelt. Ik zou willen dat vrouwen elkaar omhoog trekken, om te laten zien dat er heel veel mogelijk is. Er is namelijk niets wat vrouwen niet kunnen.