marienke

Interview hoogleraar Marieke van den Brink

‘Zorg dat je zichtbaar bent en dat iedereen weet wat jij wilt’

Marieke van den Brink is hoogleraar Gender & Diversity aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar bestudeert ze de man/vrouwverhoudingen en diversiteit in bedrijven en instituten, met als doel discriminatie en uitsluiting van specifieke groepen te voorkomen.

Wanneer wist je wat je wilde worden?
Dat wist ik pas heel laat. Ik kom niet uit een academisch gezin, dus ik ben de eerste uit het gezin dat is gaan studeren aan een universiteit. Eerst heb ik hbo communicatie gedaan, maar toen ik dat afgerond had, had ik het gevoel dat ik nog niet uitgeleerd was. Ik wilde verder studeren en er waren wel een aantal vakken die ik interessant vond, zoals communicatie en organisatie. Zo kwam ik bij de studie Cultuur, Organisatie en Management, dat was eigenlijk een soort organisatieantropologie waarin je ging kijken naar de keuzes die mensen binnen organisaties maken en waarom ze dat doen. Alles wat we vanzelfsprekend vinden, wordt dan onderzocht. Waarom is bijvoorbeeld iets onderdeel van een cultuur geworden? Hoe zit dat met machtsrelaties? En hoe zit dat met diversiteit? Toen ik aan die studie begon, dacht ik: ‘Dit is het!’ Als een eager beaver zat ik tijdens colleges op de eerste rij alles op te slurpen. Toch dacht ik niet dat een academische carrière iets voor mij was.

Het academisch systeem kende ik niet; ik wist ook niet wat promoveren was. Ik had ook geen familie of vrienden die in die wereld zaten, dus het was behoorlijk ver van mij verwijderd. Totdat ik een scriptiedocent kreeg die zei: “Heb je wel eens nagedacht over promoveren?” Ik was daar heel verbaasd over en dacht bij mezelf: ‘Huh? Ik?’ Ik dacht dat ik daar niet goed genoeg voor zou zijn of er überhaupt voor in aanmerking kon komen; ik dacht dat het iets was voor hele slimme mensen. Het leek me geweldig, want ik vond een scriptie schrijven heel leuk. Toch twijfelde ik, omdat ik niet wist of ik het wel zou kunnen. Toen had ik met mezelf afgesproken dat als ik een 9 zou halen voor mijn scriptie, dan doe ik het. Dat lukte en vervolgens ging ik promoveren. Mijn eerste promotieonderzoek ging over benoemingen van hoogleraren en hoe gender daar een rol in speelt. Daar heb ik heel veel gereflecteerd op wetenschappelijke carrières en vrouw-zijn in de wetenschap. Dat ik echt een wetenschappelijke carrière wilde is toen pas ontstaan. Eigenlijk kwam dat idee dus van mijn scriptiedocent. Zij schatte mijn potentie in en zei: ‘Dat moet jij doen!’ Anders had ik hier waarschijnlijk niet gezeten.

Waar komt de drive vandaan om genderongelijkheid te onderzoeken?
Dat was toen ik net aan de studie begon in 2000. Ik las op dat moment een proefschrift over genderongelijkheid in organisaties. Daar had ik nooit zo duidelijk over nagedacht. Ik kon eerst niet geloven wat ik las en ik weet ook nog heel goed dat ik er heel verbolgen over was. Waarom krijgen vrouwen minder betaald? En waarom krijgen we dan altijd de suffe taken? Hoe zit dat dan? Ik wilde me daar niet bij neerleggen en precies weten hoe dat zat.

Je kunt als individu ook nooit met zekerheid zeggen dat je een baan niet gekregen hebt omdat je een vrouw bent. Tenzij het hardop gezegd wordt, maar dat gebeurt natuurlijk niet. En als je bijvoorbeeld kijkt bij de werving en selectie bij hoogleraren en vervolgens ziet hoeveel mensen zich hebben aangemeld en hoeveel er worden benoemd, dan zie je dat stelselmatig een heleboel vrouwen afvallen, omdat er wordt getwijfeld aan hun leiderschapskwaliteiten. Dan zie je een patroon. Dit ligt niet aan de leiderschapskwaliteiten van deze vrouwen, hier zit echt een genderstereotype waarin vrouwen minder snel het vertrouwen krijgen van een commissie dat zij die leidinggevende capaciteiten hebben.

Het ideaal in Nederland is dat mensen gelijke kansen moeten krijgen. Dat is in de wetenschap niet anders. Zolang dat niet zo is, wil ik weten waarom dat niet zo is en bijdragen aan oplossingen die dat wel bewerkstelligen. Er wordt me dan vaak gevraagd of ik niet een activistische onderzoeker ben, maar ik denk wel dat als we het er allemaal over eens zijn dat gendergelijkheid voor ons een ideaal is. Als we dat niet bereiken, zal je moeten weten hoe dat komt en wat daar aan ten grondslag ligt.

Hoe ga je om met de kritiek die je krijgt over dit thema?
Ik probeer dan vooral te begrijpen waarom iemand zo negatief reageert. Mijn proefschrift ging over waarom er zo weinig vrouwelijke hoogleraren zijn. Toen ik dat presenteerde heb ik te maken gekregen met mensen die zeggen: ‘Ja, maar dat klopt niet’. Of: ‘Nou, dat kan wel kloppen, maar niet in ons instituut’. Of ze zeggen: ‘Bij ons gebeurde dat wel, maar nu niet meer ’. Je zag deze ontkenning bij alle universiteiten, ook in het buitenland. Ze ontkennen op universiteiten het probleem, of ze gaan de methode bekritiseren. Ik heb een keer in Duitsland gehad dat iemand zei: ‘Je bent verkeerd geïnformeerd, want ik heb ervaring als commissielid in Duitsland en Amerika en dit klopt niet’. Ik bekijk dus duizend benoemingen, daar doe ik vier jaar over, ik presenteer vervolgens die resultaten aan een Duitse hoogleraar en die zegt: ‘Dat kan niet kloppen, want ik heb ervaring in commissies in Duitsland en Amerika’. Terwijl ik een onderzoek had geschreven over Nederland! Toen zakte mijn broek echt af. Wat hier speelt, is dat wetenschappers zo gebrand zijn op het feit dat je gender, je etniciteit en je leeftijd er niet toe doet, dat men niet kan accepteren dat het wel zo is. Dan kan je bewijzen wat je wilt, maar de resultaten worden moeilijk geaccepteerd. Wat ook meespeelt, is dat wanneer je het probleem erkent, je er ook iets aan moet doen. Universiteiten moeten veranderen. Dat gaat niet zomaar. Je ziet bij sommige universiteiten wel initiatieven van bijvoorbeeld mentorprogramma’s voor vrouwen, zoals ze concurrentie met witte mannen beter aan te kunnen, maar je moet niet aan de kern van de wetenschap komen. Als je daar kritiek op hebt, over de criteria die worden gebruikt om iemand te selecteren, of wanneer je loonverschillen aan de kaak stelt, dan ga je te ver. Die weerstand op reflectie op je eigen handelen, daar willen mensen niet aan. Mensen willen hun privileges ook niet kwijtraken. Het is een beetje zoals met de zwarte pietendiscussie; mensen willen iets vasthouden wat ze altijd al gekend hebben.

Toch zal je kritiek altijd kunnen verwachten bij de presentatie van een proefschrift. Ja, maar dit ligt heel gevoelig. Iedereen kan het begrijpen, iedereen heeft een mening over de oorzaken van genderongelijkheid, pretendeert daar verstand van te hebben en dat vind ik nog wel eens lastig. Soms denk ik wel eens: ‘Was ik maar astrofysicus, dan begreep niemand wat ik deed’. Maar inderdaad, kritiek kan ik altijd verwachten. Dat is prima, ik ben er gewend aan en af en toe heb ik er geen zin in, maar ik probeer het wel altijd vanuit de wetenschappelijke kant te bekijken.

Welke stappen kunnen vrouwen ondernemen om toch hogerop te komen in de wetenschap? Nou, er zijn al weinig plekken om te promoveren. Dat betekent dat je een supportnetwerk moet bouwen en mensen om je heen moet verzamelen die je daarbij kunnen helpen. Ik word vaak gevraagd om voor jonge wetenschappers een lezing te geven over het academisch systeem, carrières en hoe gender daar in werkt. Ik zeg dan tegen ze: Zorg dat je zichtbaar bent en dat iemand in jouw omgeving weet wat jij wilt. Laat dat niet te impliciet. Van mannen wordt bijna als vanzelfsprekend verwacht dat zij ambities hebben. Bij vrouwen wordt dat niet als vanzelfsprekend gezien. Daarnaast moet je ook wel wat organiseren, zodat je de hulp krijgt die je wilt. Bijvoorbeeld door naar iemand toe te stappen en vragen of iemand naar je sollicitatiebrief of CV zou willen kijken. Of vragen of iemand een onderzoeksfunctie voor je heeft. Dat kun je doen, maar het is veel belangrijker dat we nadenken over het trainen van commissies dat ze niet meer de fout maken om kwaliteiten eerder te zien bij de standaardkandidaten, want soms gebruiken ze criteria die niet persé  de allerbeste eruit halen. Ze zoeken naar hetzelfde profiel en zekerheid; mensen die afwijken zijn risico’s. Dat is echt desastreus voor divers talent.

Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik mijn studenten uitleg: er zijn quota, leerstoelen of speciale posities voor vrouwen, want dan worden vrouwen geholpen. Maar vrouwen beginnen al op een lagere positie en vanuit die achterstand moeten ze opklimmen. In ieder land is dat anders, maar over het algemeen kun je dit over de hele wereldbevolking zeggen. Je probeert dat meer gelijk te krijgen. Natuurlijk hopen we op een gegeven moment dat ik niet meer onderzoek hoef te doen naar ongelijkheid op het gebied van gender en diversiteit en dat we er niet meer expliciet over praten. Ik kijk uit naar dat moment, maar dat gaat in mijn leven waarschijnlijk niet gebeuren.

Wat vind je van de activiteiten van Stichting Camellia?
Stichting Camellia is een netwerk, dus dat betekent dat je onderwerpen kunt adresseren die belangrijk zijn en dat je daar met elkaar ook over kunt spreken. Jullie stichting haalt veel mensen van buiten ook om mee te denken en mee te praten. Omdat je zelf kijkt naar de thema’s die je aankaart is het een heel open netwerk waarin steeds maar verbindingen worden gelegd. Daarnaast worden er veel verschillende mensen uitgenodigd: politici, wetenschappers, en mensen binnen organisaties. Dat is volgens mij wel de kracht daarvan; dat je kijkt naar wat ons bezig houdt en vervolgens echt de stap gaat maken naar hoe je anderen daarin kunt inspireren of na laten denken. Door er te zijn en bijeenkomsten te houden luisteren politici naar de verhalen van het publiek van Camellia. Dat maken jullie mogelijk in een georganiseerde vorm.

Wat zou je de lezers van Stichting Camellia willen meegeven?
Iets heel simpels: organiseer je! Het collectief aankaarten van bepaalde issues helpt. Denk niet dat je dat individueel op moet lossen en dat het jouw probleem is. In collectiviteit zit heel veel kracht.

dilannn

Interview Dilan Yesilgöz-Tweede Kamerlid

‘Laat je nooit wijsmaken dat je minder kunt dan een man. Nooit.’

Ik wist al heel vroeg dat ik politica wilde worden. Ik ben naar dit land gekomen als dochter van politieke vluchtelingen, dus betrokkenheid met je omgeving en daar een bijdrage aan leveren is ons met de paplepel ingegoten.
Overigens zie ik de politiek niet als ‘carrière’. Het is iets wat ik nu doe omdat ik denk dat ik op deze wijze een bijdrage kan leveren aan een beter Nederland. Als ik dat vanuit een andere positie of functie beter kan doen, dan zal ik dat doen. Het is dus niet zo dat de politiek een carrièrestap is; ik word gedreven door mijn idealen. Ik moest mijn baan, wat een hele goede baan was, opgeven om de Raad in te kunnen. Juridisch gezien waren beide functies niet verenigbaar. Dus ik heb juist een pauze genomen van mijn maatschappelijke carrière om de politiek in te kunnen. Ik denk zelf ook niet in obstakels. Soms moet je harder werken dan anderen en soms heb je meer mee dan anderen. Ik probeer me daar niet zoveel mee bezig te houden, maar te focussen op mijn werk.

Ik ben altijd gedreven geweest. Door mijn ouders en familie, zonder twijfel. Als iets niet goed bevalt, moet je in actie komen en daar wat aan doen. Dat is mij altijd geleerd en zo sta ik in het leven. Actief worden en betrokkenheid tonen kan op heel veel manieren. Voor mij is dat, op dit moment, de politiek. Mijn doel is dan ook om Amsterdam en Nederland elke dag nog net iets beter te maken.

Ik vind het ook uitermate belangrijk dat vrouwen zelfstandig zijn. Economische zelfstandigheid en zelfbeschikking zijn hele belangrijke uitgangspunten. Dat kan je bereiken door hard te werken en uiteraard om nooit op te geven. Hoe hoger je zelf op de ladder komt, hoe meer je kunt betekenen voor andere vrouwen. Wees je daarvan bewust en help anderen ook vooruit. Laat je nooit wijsmaken dat je minder kunt dan een man. Nooit.

Wat ik zie bij Stichting Camellia is een grote betrokkenheid, inzet en energie. Ik hoop dat Camellia daarmee heel veel vrouwen (en mannen!) in positieve zin kan stimuleren en inspireren om leiderschap te tonen in hun eigen leven, waar ze ook staan. Zelfverzekerde vrouwen die een rolmodel vormen voor de toekomstige generatie. Ik vind het geweldig dat Camellia zich daarvoor inzet.

Een gouden tip: blijf je ontwikkelen, blijf je ontplooien en laat je niet afschrikken, ook als soms zaken moeilijk haalbaar lijken. En om Sheryl Sandberg te quoten: “Totdat vrouwen net zo ambitieus zijn als mannen, zullen ze niet zoveel bereiken als mannen”.

koserr-2

Interview Tweede Kamerlid Fatma Koşer Kaya

‘Voor alle vrouwen die hun dromen willen najagen, gewoon doen!’

Ik ben geboren in een klein dorpje aan de Zwarte Zee vlakbij Ҫarşamba/Samsun, maar de geur van mijn jeugd is in Bergen op Zoom, daar ben ik opgegroeid. De Turkse gemeenschap daar is heel hecht. Ik was de eerste die ging studeren en ook nog eens op kamers ging wonen in Tilburg. Mijn moeder kreeg toen vragen uit haar omgeving zoals: ‘Zou je dat nou wel doen?’ maar ze zei dan: ‘Ik vertrouw op mijn dochter’. Na mij zijn vele Turkse-Nederlandse meisjes op kamers gaan wonen.

Ik denk dat mijn zelfstandigheid voortkomt uit de opvoeding van mijn ouders en de opleiding die ik heb genoten, zeker op de middelbare school. Die school was erop gericht dat je heel zelfstandig leerde. Dat heeft mij enorm geholpen. Daarnaast was het ook een hele fijne school, waar ik met veel liefde ben opgenomen. Als er iets speelde in Turkije, werd aan mij wel gevraagd hoe het zat en wat ik daar van vond. Ze kenden mij en mijn achtergrond niet, dus dan is het ook logisch dat ze vragen stelden. Maar soms dacht ik: ‘Zoek dat zelf op!’ Nu zeg ik tegen jongeren dat ze zelf verantwoordelijk zijn waarvoor zij aangesproken willen worden. Jij bepaalt welke vragen je wel en niet wilt beantwoorden. Je bent geen verantwoording schuldig voor anderen die dezelfde achtergrond of geloof hebben.

Na mijn studie ben ik in Den Haag de advocatuur in gegaan. Vervolgens ben ik als procesjurist bij de FNV gaan werken en daarna weer terug de advocatuur in, maar dan alleen de hoger beroepszaken. In al die jaren heb ik nog nooit de vraag gekregen: ‘Jij bent Turks, kun je dit wel aan?’ Nooit. Het enige wat mensen wilden weten, is of je iets voor hen kon betekenen.

Vrouwen moeten hun droom ook altijd blijven najagen. Een heel mooi voorbeeld is Gönül Albayrak. Zij is een eenvoudige huisvrouw uit het Zwarte Zeegebied, maar wilde graag naar de kunstacademie. Ze heeft de stap gewaagd en is als beste van de hele opleiding afgestudeerd. Nu exposeert ze in de mooiste galerijen. Wat ik dus zou zeggen aan alle vrouwen die dromen willen najagen is: ‘Gewoon doen’.

ahmed1

Interview Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch

‘Er is niets wat vrouwen niet kunnen’

Na jarenlang werkzaam te zijn geweest bij de Amsterdamse politie heeft Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid namens de PvdA, gekozen voor een politieke carrière. Als tegenhanger van discriminatie pleit hij voor vrijheid. Hoe denkt hij hierover en wat kunnen vrouwen volgens hem doen om verder te komen?

Ik ben pas de politiek ingerold toen ik gevraagd werd. In 2005 werd ik gebeld door iemand uit de partij met de vraag of ik lijsttrekker wilde worden van Amsterdam Slotervaart. Daarvoor werkte ik 10 jaar bij de Amsterdamse politie. Ik heb er wel even over na moeten denken, maar als tiener was ik al maatschappelijk betrokken en bij de politie heb ik ook altijd na moeten denken over maatschappelijke problemen. Ik deed ook veel meer dan alleen het politiewerk; ik moest ook altijd nadenken over hoe ik de politie dichter bij een diverse gemeenschap kon brengen. Oost was toen een buurt met veel Turkse en Marokkaanse gezinnen, waar ingewikkelde problemen speelden. Voor de politie was het nog ingewikkelder, omdat ze totaal geen contact hadden met die gezinnen, behalve als ze iemand moesten aanhouden. Die gemeenschap was volledig afgesloten voor instituties zoals de politie en de gemeentelijke overheid. De vraag hoe we daar mee om moesten gaan, heeft mij altijd bezig gehouden en daarom vond ik het wel een uitdaging om mij hierin te verdiepen.

Onbewust was ik dus al bezig met politiek-maatschappelijke problemen. In die tijd was Theo van Gogh vermoord en was ik bezig met debatten over de islam en de positie van moslims binnen de samenleving. Ik was toen ook woordvoerder van de Unie van Marokkaanse Moskeeën, daardoor was ik vaak in de belangstelling. Vervolgens belde de PvdA. Ik heb toen nog even getwijfeld, want ik had geen politieke ervaring, maar zij wisten zeker dat ik het kon. Ik heb eerst met een aantal mensen gepraat, en daarna werd ik aangesteld. Dat ging gepaard met heel veel weerstand. Mijn collega’s voelden zich waarschijnlijk gepasseerd omdat ik vanuit Noord, waar ik woonde, geparachuteerd werd naar Slotervaart. Ik heb toen in mijn eentje campagne gevoerd, omdat mijn collega’s zich op de achtergrond hielden. Die muur waar ik toen tegen aan liep was een grote teleurstelling, want in je eigen politieke partij heb je toch gedeelde standpunten. Helaas waren mijn collega’s toen gedreven door andere emoties en dat was toch even slikken.

Discriminatie op de arbeidsmarkt is op dit moment veel in het nieuws. Het is een muur die je kunt slopen, maar het blijft tegelijkertijd een hindernis die je moet nemen. Wat belangrijk is, is dat je jezelf sterk moet maken in een dergelijke situatie. Een ander heb je nooit in de hand, maar jezelf wel. Wees de architect in je eigen leven en kijk welke competenties je kunt ontwikkelen. Dit met als doel om uiteindelijk discriminatie te verslaan en te denken dat niet iedereen discrimineert. Er ontstaat soms een beeld dat niets meer kan door discriminatie, maar een baan is zoiets als een liefdesrelatie; je hebt er maar eentje nodig. Je zult heel veel teleurstellingen meemaken voordat je die ene match hebt. Essentieel is dat je je niet laat ontmoedigen, want als je dat laat gebeuren, leg je je vrijheid in handen van degene die jou niet moet. Die persoon heeft dan zoveel invloed op je dat je negatief gaat denken over jezelf. Dat betekent dat je een ander laat bepalen hoe jij je leven inricht. Het eerste wat je moet leren is dat je je vrijheid niet in handen van een ander moet laten leggen. Zorg er dus voor dat je beter wordt dan ieder ander, zodat ze niet om je heen kunnen.

Ik zou tegen iedereen willen zeggen dat we geen muren tussen etnische groepen, seksen of geaardheid moeten optrekken, maar juist die muren moeten slopen. Pas als er geen muren meer zijn, kun je mensen verbinden. Daarbij is het belangrijk dat vrouwen de etiquette volgen. Ik zie nog wel eens dat islamitische vrouwen geen handen geven aan mannen of hun jas aanhouden als ze in een openbaar gebouw aan tafel zitten. Dat is een preutsheid wat ze van huis uit hebben meegekregen, maar waar ze toch van af moeten als ze aan het werk gaan. Ik vind ook dat vrouwen elkaar moeten helpen om hogerop te komen. Ze moeten recepten delen van hoe je je talenten kunt benutten. Mijn motto is: als je iets kunt denken, kun je het ook doen. Alleen de weg ernaartoe is er een van bloed, zweet en tranen. Het mooie is dat Stichting Camellia dit soort recepten ook deelt. Ik zou willen dat vrouwen elkaar omhoog trekken, om te laten zien dat er heel veel mogelijk is. Er is namelijk niets wat vrouwen niet kunnen.

karsu-foto-1

Interview zangeres Karsu Dönmez

‘Een ontwikkelde vrouw kan de hele familie opkrikken’

Op zesjarige leeftijd wilde ik al pianiste worden. Ik zag toen op de tv een man met wapperend haar die piano speelde en ik dacht: Dat wil ik ook! Het heeft even geduurd voordat mijn ouders overtuigd waren. ‘Kies viool of fluit’, zeiden ze. ‘Wat moet je met zo’n grote piano in huis?’ Toen ik uiteindelijk een witte piano kreeg, was ik heel serieus met oefenen. Ik wilde echt laten zien dat het wel zin had om piano te spelen. Zingen begon puur toevallig: ik deed op mijn veertiende mee aan een open podium wedstrijd op school. Ik deed mee voor muzikaal, maar won vocaal. Op dat moment was ik gepikeerd, maar achteraf was het wel leuk. Vervolgens begon ik zelf muziek te componeren en nummers te schrijven.

Mijn carrière zat niet vanaf het begin alleen maar in de lift. Ik heb zeker ook teleurstellingen meegemaakt. Zo werd ik niet toegelaten op de jazzopleiding van het Conservatorium; mijn auditie werd niet goed bevonden. Achteraf was het misschien niet het juiste moment en de juiste plek, maar ik heb mij daar niet door laten weerhouden. Ik wilde het echt graag en kreeg de steun van mijn familie. Mijn ouders hebben mij geleerd: doe wat je leuk vindt, maar ga er ook echt voor. Als je hard werkt, gelooft in jezelf en van je hobby je werk maakt, ben je een gelukkig mens. Gelukkig zijn hebben mijn ouders veel belangrijker gevonden dan bijvoorbeeld een universitaire opleiding. Verder heeft mijn moeder ook altijd gezegd: ‘Zorg dat je economisch zelfstandig bent, want een ontwikkelde vrouw kan de hele familie opkrikken’. Met die boodschap zijn wij opgegroeid.

Ik vind een goede moeder-dochter relatie ook erg belangrijk. Wat ik wel eens zie, is dat juist moeders hun dochters belemmeren in hun ontwikkeling. Die houden te veel vast aan ‘tradities’. Maar ik heb geleerd dat dat korte termijn denken is. Later, als je zelf volwassen bent, heb je spijt dat je je hebt laten tegenhouden. Mijn oma bijvoorbeeld heeft nooit leren lezen en schrijven, omdat het niet mocht van haar omgeving. Haar ouders hadden er eigenlijk niets op tegen, maar uit angst dat de omgeving er over zou roddelen, ging ze niet naar de lagere school en bleef analfabeet. Zelf zegt ze daarover: ‘Ik mocht niet naar school en ben daarom ‘cahil- onontwikkeld’ gebleven. Ik neem het ze nog iedere dag kwalijk’. In werkelijkheid was ze een heel intelligente vrouw die beter kon hoofdrekenen dan wie ook.

Als we dit doortrekken naar deze tijd, zijn er genoeg meisjes die belemmerd worden in hun ontwikkeling. Waar ik in geloof, is dat vrouwen er zelf voor kunnen zorgen dat ze zich ontwikkelen. Bijvoorbeeld door een zo hoog mogelijke opleiding te volgen, bij te blijven en te netwerken. Daarbij is belangrijk om je netwerk multicultureel te houden en niet in je eigen kliek te blijven hangen. Daarnaast moet je je altijd focussen op wat goed gaat en niet op wat niet goed gaat. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar als je zelf weet welke rol voor jou weggelegd is, kan je daar naartoe werken.

mona kijzer foto

Interview Tweede Kamerlid Mona Keijzer

“Het glazen plafond? Die hebben we er zelf in gehangen”

Ik wist vroeger nooit wat ik wilde worden. Tijdens mijn loopbaan heb ik gewoon veel kansen gekregen en die pak je of die pak je niet. Ik heb ze met beide handen aangegrepen. Op dit moment ben ik een van de 150 mensen die het volk vertegenwoordigd in de Tweede Kamer en dat vind ik heel eervol.

Wat mij verder heeft geholpen is dat ik precies wil weten hoe iets zit. Dat kost natuurlijk veel tijd, maar daardoor ben ik goed op de hoogte van wat er speelt en dat heeft alleen maar voordelen gehad; zowel in de politiek als in de advocatuur.

Verder heb ik in mijn carrière nooit last gehad van mijn vrouw-zijn, maar ik weet wel dat vrouwen minder snel stappen durven te nemen. Als er een vacature openstaat waarvan je aan viereneenhalf van de vijf eisen voldoet, dan denken vrouwen in het algemeen al snel: ‘Dat kan ik niet’. Een man die aan twee van de vijf eisen voldoet, zal gewoon solliciteren en zijn beste beentje voorzetten. Dat is een groot verschil. Verder wordt er nog veel gesproken over het glazen plafond, maar ik geloof niet dat die bestaat; die hebben we er zelf in gehangen. Als je iets wilt kan je het worden, maar je kunt geen directeur van Shell in deeltijd worden, je moet er dan wel helemaal voor gaan.

Wat ik zo leuk vind aan Stichting Camellia is dat je echt een band voelt tussen de vrouwen die aan de cursussen deelnemen. Het groepsgevoel is heel sterk en dat herken je wel, als Volendamse.

volp

Interview Tweede Kamerlid Marith Volp

“Je moet een engelengeduld hebben om iets voor elkaar te krijgen, maar door mijn patiënten blijf ik gemotiveerd”

Ik ben de politiek ingegaan, omdat ik merkte dat de politiek steeds vaker mijn spreekkamer in kwam. Vier dagen in de week ben ik PvdA Kamerlid in Den Haag en een dag ben ik huisarts in Amsterdam Nieuw-West. Veel van mijn patiënten met een niet-westerse achtergrond dachten dat Nederland niets meer van ze moest hebben en daar maakte ik me zorgen over. Ik deelde mijn zorgen met een kennis van mij en dat was in 2012, vlak nadat het kabinet van Rutte I viel. Zij zei toen: ‘Waarom solliciteer je dan niet voor de Tweede Kamer?’ Ik dacht toen: ‘Ja, ik kan wel solliciteren, maar ik heb geen politieke ervaring en ik ben niet eens lid.’ Maar ik heb het toch gedaan. Vervolgens werd ik uitgenodigd voor twee gesprekken. Toen kwam ik op plek 46. De PvdA veroverde toen 38 zetels en vanaf dat moment wist ik dat er een keer een belletje zou komen. Een klein jaar later, in september 2013, was ik aan de beurt; toen sprong ik in het diepe. Ik heb het overigens ook echt moeten leren, want Kamerlid zijn is een vak. Maar mijn moeder vertelde dat ik vroeger altijd de baas wilde spelen, dus ik denk dat ik er misschien toch aanleg voor heb.

Ik heb overigens veel aan mijn achtergrond als huisarts. Een hele belangrijke eigenschap van huisartsen is luisteren. Ik zie als huisarts iedere patiënt tien minuten op mijn spreekuur en moet dan inschatten welke hulp nodig is. Dat betekent dat je goed moet luisteren. Een eigenschap die in de politiek nog wel eens wordt vergeten. Soms is het meer zenden, ‘Wij weten wel wat goed voor u is’. Maar je kunt pas zenden als je weet wat mensen bezig houdt, geluisterd hebt en mensen dan bereidt zijn naar jou te luisteren.

Ontwikkelingen in de politiek gaan ook langzaam. Je moet een engelengeduld hebben om iets voor elkaar te krijgen. Mijn patiënten zorgen er wel voor dat ik gemotiveerd blijf om door te gaan. Juist omdat ik ook als huisarts werk, hoor en zie ik veel. Ik kom ook buiten de Haagse stolp, ik kan de verbinding maken met de echte wereld. Ook kom ik op allerlei plekken op werkbezoek en kan daar in gesprek gaan met mensen.

Het mooie is dat Stichting Camellia ook verbindt. Het is een club die actuele maatschappelijke thema’s bespreekt en mensen uit verschillende groepen, geloven, culturen en sociale lagen daarbij betrekt. Camellia zoekt naar samenhang en kijkt niet enkel naar verschillen. Dat is zo ontzettend belangrijk. Oh ja, en er is ook altijd lekker eten, haha!

pinarbasi

Interview Succesvolle vrouw Mecburiye Pinarbasi

Stichting Camellia gaat in gesprek met dames die hun droomcarrière hebben bereikt.

Mecburiye Pinarbasi-Ilbay (32), advocaat en moeder van twee dochters vertelt ons hoe ze haar droom heeft nagejaagd en de balans tussen werk en privé heeft zien te vinden.

 

Wie ben je?

Ik ben Mecburiye Pinarbasi-Ilbay. Na vijf jaar werkzaam te zijn geweest als (senior) jurist omgevingsrecht (bouw- en ruimtelijk ordeningsrecht) bij de overheid heb ik de overstap gemaakt naar de advocatuur. Inmiddels bestaat mijn advocatenpraktijk drie jaar: Pinarbasi Advocatuur te Amsterdam.

Wat staat er bovenaan je zakelijke bucketlist?

Op mijn zakelijke bucketlist staat allereerst om mijn praktijk uit te laten groeien tot een groter advocatenkantoor met personeel in dienst. Als nevenactiviteit zou ik in de toekomst mezelf graag willen richten op educatie/ juridische opleidingen. Mijn droom is uiteindelijk te werken bij de rechtelijke macht, als rechter. Mijn interesse voor het rechterschap heeft gevoelsmatig te  maken het  feit dat ik geïnteresseerd ben  in verhalen van mensen en naar de motieven van mensen, maar ook omdat een rechter meer in de samenleving staat.

Wat was de grootste obstakel onderweg?

De grootste obstakel op weg vond ik het zoeken en vinden van een goede work-life balance. Ik heb de overstap naar de advocatuur gemaakt na de geboorte van mijn jongste dochter. Hoewel veel moeders het rustig aan doen na het krijgen van kinderen, was het bij mij eigenlijk net andersom. In het begin was het goochelen met de tijd; de hectiek en vele ‘deadlines’ in de advocatuur tegenover de tijd en verzorging van twee kleine kinderen. Inmiddels is er gelukkig rust gecreëerd.

Bent u obstakels tegen gekomen die van doen hadden met uw vrouw zijn? Hoe bent u daarmee omgegaan?  

Uiteraard, dat is (zoals gezegd) het moederschap en het hebben van een andere (culturele) achtergrond. Wat betreft het moederschap heb ik op dit moment de juiste balans tussen werk en gezin gevonden.  Dit houdt in dat ik op kantoor mij goed kan focussen op werk zonder mij zorgen te maken dan wel schuldig te voelen, en op vrije dagen goed kan genieten van mijn kinderen en echt quality time kan hebben.

 Wat is je grootste flater geweest in je carrière?

Dat hoop ik nooit mee te maken!

Wat vindt jij van de missie versterk een vrouw, versterk de samenleving van Stichting Camellia en platform ZijN?

Ik juich dit soort projecten toe. De rol van vrouwen in de samenleving is van cruciaal belang. Voornamelijk voor multi-etnische vrouwen is het van belang onafhankelijk, zelfstandig en zelfredzaam te kunnen zijn in de Nederlandse samenleving. Alleen dan kan een vrouw een plek krijgen in de samenleving en een steentje bijdragen. Stichting Camellia en Platform ZIJN onderkennen dit. De projecten van stichting Camellia en Platform ZIJN vind ik zeer waardevol, inspirerend maar ook resultaatgericht. Voornamelijk de aandacht en inzet op ondernemende en krachtige vrouwen, dat mij nauw aan het hart ligt, maakt het dat ik deze organisaties graag aanmoedig en steun.