marienke

Interview hoogleraar Marieke van den Brink

‘Zorg dat je zichtbaar bent en dat iedereen weet wat jij wilt’

Marieke van den Brink is hoogleraar Gender & Diversity aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar bestudeert ze de man/vrouwverhoudingen en diversiteit in bedrijven en instituten, met als doel discriminatie en uitsluiting van specifieke groepen te voorkomen.

Wanneer wist je wat je wilde worden?
Dat wist ik pas heel laat. Ik kom niet uit een academisch gezin, dus ik ben de eerste uit het gezin dat is gaan studeren aan een universiteit. Eerst heb ik hbo communicatie gedaan, maar toen ik dat afgerond had, had ik het gevoel dat ik nog niet uitgeleerd was. Ik wilde verder studeren en er waren wel een aantal vakken die ik interessant vond, zoals communicatie en organisatie. Zo kwam ik bij de studie Cultuur, Organisatie en Management, dat was eigenlijk een soort organisatieantropologie waarin je ging kijken naar de keuzes die mensen binnen organisaties maken en waarom ze dat doen. Alles wat we vanzelfsprekend vinden, wordt dan onderzocht. Waarom is bijvoorbeeld iets onderdeel van een cultuur geworden? Hoe zit dat met machtsrelaties? En hoe zit dat met diversiteit? Toen ik aan die studie begon, dacht ik: ‘Dit is het!’ Als een eager beaver zat ik tijdens colleges op de eerste rij alles op te slurpen. Toch dacht ik niet dat een academische carrière iets voor mij was.

Het academisch systeem kende ik niet; ik wist ook niet wat promoveren was. Ik had ook geen familie of vrienden die in die wereld zaten, dus het was behoorlijk ver van mij verwijderd. Totdat ik een scriptiedocent kreeg die zei: “Heb je wel eens nagedacht over promoveren?” Ik was daar heel verbaasd over en dacht bij mezelf: ‘Huh? Ik?’ Ik dacht dat ik daar niet goed genoeg voor zou zijn of er überhaupt voor in aanmerking kon komen; ik dacht dat het iets was voor hele slimme mensen. Het leek me geweldig, want ik vond een scriptie schrijven heel leuk. Toch twijfelde ik, omdat ik niet wist of ik het wel zou kunnen. Toen had ik met mezelf afgesproken dat als ik een 9 zou halen voor mijn scriptie, dan doe ik het. Dat lukte en vervolgens ging ik promoveren. Mijn eerste promotieonderzoek ging over benoemingen van hoogleraren en hoe gender daar een rol in speelt. Daar heb ik heel veel gereflecteerd op wetenschappelijke carrières en vrouw-zijn in de wetenschap. Dat ik echt een wetenschappelijke carrière wilde is toen pas ontstaan. Eigenlijk kwam dat idee dus van mijn scriptiedocent. Zij schatte mijn potentie in en zei: ‘Dat moet jij doen!’ Anders had ik hier waarschijnlijk niet gezeten.

Waar komt de drive vandaan om genderongelijkheid te onderzoeken?
Dat was toen ik net aan de studie begon in 2000. Ik las op dat moment een proefschrift over genderongelijkheid in organisaties. Daar had ik nooit zo duidelijk over nagedacht. Ik kon eerst niet geloven wat ik las en ik weet ook nog heel goed dat ik er heel verbolgen over was. Waarom krijgen vrouwen minder betaald? En waarom krijgen we dan altijd de suffe taken? Hoe zit dat dan? Ik wilde me daar niet bij neerleggen en precies weten hoe dat zat.

Je kunt als individu ook nooit met zekerheid zeggen dat je een baan niet gekregen hebt omdat je een vrouw bent. Tenzij het hardop gezegd wordt, maar dat gebeurt natuurlijk niet. En als je bijvoorbeeld kijkt bij de werving en selectie bij hoogleraren en vervolgens ziet hoeveel mensen zich hebben aangemeld en hoeveel er worden benoemd, dan zie je dat stelselmatig een heleboel vrouwen afvallen, omdat er wordt getwijfeld aan hun leiderschapskwaliteiten. Dan zie je een patroon. Dit ligt niet aan de leiderschapskwaliteiten van deze vrouwen, hier zit echt een genderstereotype waarin vrouwen minder snel het vertrouwen krijgen van een commissie dat zij die leidinggevende capaciteiten hebben.

Het ideaal in Nederland is dat mensen gelijke kansen moeten krijgen. Dat is in de wetenschap niet anders. Zolang dat niet zo is, wil ik weten waarom dat niet zo is en bijdragen aan oplossingen die dat wel bewerkstelligen. Er wordt me dan vaak gevraagd of ik niet een activistische onderzoeker ben, maar ik denk wel dat als we het er allemaal over eens zijn dat gendergelijkheid voor ons een ideaal is. Als we dat niet bereiken, zal je moeten weten hoe dat komt en wat daar aan ten grondslag ligt.

Hoe ga je om met de kritiek die je krijgt over dit thema?
Ik probeer dan vooral te begrijpen waarom iemand zo negatief reageert. Mijn proefschrift ging over waarom er zo weinig vrouwelijke hoogleraren zijn. Toen ik dat presenteerde heb ik te maken gekregen met mensen die zeggen: ‘Ja, maar dat klopt niet’. Of: ‘Nou, dat kan wel kloppen, maar niet in ons instituut’. Of ze zeggen: ‘Bij ons gebeurde dat wel, maar nu niet meer ’. Je zag deze ontkenning bij alle universiteiten, ook in het buitenland. Ze ontkennen op universiteiten het probleem, of ze gaan de methode bekritiseren. Ik heb een keer in Duitsland gehad dat iemand zei: ‘Je bent verkeerd geïnformeerd, want ik heb ervaring als commissielid in Duitsland en Amerika en dit klopt niet’. Ik bekijk dus duizend benoemingen, daar doe ik vier jaar over, ik presenteer vervolgens die resultaten aan een Duitse hoogleraar en die zegt: ‘Dat kan niet kloppen, want ik heb ervaring in commissies in Duitsland en Amerika’. Terwijl ik een onderzoek had geschreven over Nederland! Toen zakte mijn broek echt af. Wat hier speelt, is dat wetenschappers zo gebrand zijn op het feit dat je gender, je etniciteit en je leeftijd er niet toe doet, dat men niet kan accepteren dat het wel zo is. Dan kan je bewijzen wat je wilt, maar de resultaten worden moeilijk geaccepteerd. Wat ook meespeelt, is dat wanneer je het probleem erkent, je er ook iets aan moet doen. Universiteiten moeten veranderen. Dat gaat niet zomaar. Je ziet bij sommige universiteiten wel initiatieven van bijvoorbeeld mentorprogramma’s voor vrouwen, zoals ze concurrentie met witte mannen beter aan te kunnen, maar je moet niet aan de kern van de wetenschap komen. Als je daar kritiek op hebt, over de criteria die worden gebruikt om iemand te selecteren, of wanneer je loonverschillen aan de kaak stelt, dan ga je te ver. Die weerstand op reflectie op je eigen handelen, daar willen mensen niet aan. Mensen willen hun privileges ook niet kwijtraken. Het is een beetje zoals met de zwarte pietendiscussie; mensen willen iets vasthouden wat ze altijd al gekend hebben.

Toch zal je kritiek altijd kunnen verwachten bij de presentatie van een proefschrift. Ja, maar dit ligt heel gevoelig. Iedereen kan het begrijpen, iedereen heeft een mening over de oorzaken van genderongelijkheid, pretendeert daar verstand van te hebben en dat vind ik nog wel eens lastig. Soms denk ik wel eens: ‘Was ik maar astrofysicus, dan begreep niemand wat ik deed’. Maar inderdaad, kritiek kan ik altijd verwachten. Dat is prima, ik ben er gewend aan en af en toe heb ik er geen zin in, maar ik probeer het wel altijd vanuit de wetenschappelijke kant te bekijken.

Welke stappen kunnen vrouwen ondernemen om toch hogerop te komen in de wetenschap? Nou, er zijn al weinig plekken om te promoveren. Dat betekent dat je een supportnetwerk moet bouwen en mensen om je heen moet verzamelen die je daarbij kunnen helpen. Ik word vaak gevraagd om voor jonge wetenschappers een lezing te geven over het academisch systeem, carrières en hoe gender daar in werkt. Ik zeg dan tegen ze: Zorg dat je zichtbaar bent en dat iemand in jouw omgeving weet wat jij wilt. Laat dat niet te impliciet. Van mannen wordt bijna als vanzelfsprekend verwacht dat zij ambities hebben. Bij vrouwen wordt dat niet als vanzelfsprekend gezien. Daarnaast moet je ook wel wat organiseren, zodat je de hulp krijgt die je wilt. Bijvoorbeeld door naar iemand toe te stappen en vragen of iemand naar je sollicitatiebrief of CV zou willen kijken. Of vragen of iemand een onderzoeksfunctie voor je heeft. Dat kun je doen, maar het is veel belangrijker dat we nadenken over het trainen van commissies dat ze niet meer de fout maken om kwaliteiten eerder te zien bij de standaardkandidaten, want soms gebruiken ze criteria die niet persé  de allerbeste eruit halen. Ze zoeken naar hetzelfde profiel en zekerheid; mensen die afwijken zijn risico’s. Dat is echt desastreus voor divers talent.

Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik mijn studenten uitleg: er zijn quota, leerstoelen of speciale posities voor vrouwen, want dan worden vrouwen geholpen. Maar vrouwen beginnen al op een lagere positie en vanuit die achterstand moeten ze opklimmen. In ieder land is dat anders, maar over het algemeen kun je dit over de hele wereldbevolking zeggen. Je probeert dat meer gelijk te krijgen. Natuurlijk hopen we op een gegeven moment dat ik niet meer onderzoek hoef te doen naar ongelijkheid op het gebied van gender en diversiteit en dat we er niet meer expliciet over praten. Ik kijk uit naar dat moment, maar dat gaat in mijn leven waarschijnlijk niet gebeuren.

Wat vind je van de activiteiten van Stichting Camellia?
Stichting Camellia is een netwerk, dus dat betekent dat je onderwerpen kunt adresseren die belangrijk zijn en dat je daar met elkaar ook over kunt spreken. Jullie stichting haalt veel mensen van buiten ook om mee te denken en mee te praten. Omdat je zelf kijkt naar de thema’s die je aankaart is het een heel open netwerk waarin steeds maar verbindingen worden gelegd. Daarnaast worden er veel verschillende mensen uitgenodigd: politici, wetenschappers, en mensen binnen organisaties. Dat is volgens mij wel de kracht daarvan; dat je kijkt naar wat ons bezig houdt en vervolgens echt de stap gaat maken naar hoe je anderen daarin kunt inspireren of na laten denken. Door er te zijn en bijeenkomsten te houden luisteren politici naar de verhalen van het publiek van Camellia. Dat maken jullie mogelijk in een georganiseerde vorm.

Wat zou je de lezers van Stichting Camellia willen meegeven?
Iets heel simpels: organiseer je! Het collectief aankaarten van bepaalde issues helpt. Denk niet dat je dat individueel op moet lossen en dat het jouw probleem is. In collectiviteit zit heel veel kracht.

Moederdag 2017

Sabine, een van de vele aanwezigen op Moederdag 2017, heeft Stichting Camellia een persoonlijk verhaal toegezonden en wij konden het niet laten om dit met jullie te delen. Niets leukers dan een persoonlijk verhaal, dat inzicht geeft op hoe de dag is verlopen 🙂 Ze liet ons weten dat ze tot de dag van vandaag met een heel fijn gevoel terugkijkt op deze dag. Hieronder volgt haar persoonlijk verhaal: Lees meer

dilannn

Interview Dilan Yesilgöz-Tweede Kamerlid

‘Laat je nooit wijsmaken dat je minder kunt dan een man. Nooit.’

Ik wist al heel vroeg dat ik politica wilde worden. Ik ben naar dit land gekomen als dochter van politieke vluchtelingen, dus betrokkenheid met je omgeving en daar een bijdrage aan leveren is ons met de paplepel ingegoten.
Overigens zie ik de politiek niet als ‘carrière’. Het is iets wat ik nu doe omdat ik denk dat ik op deze wijze een bijdrage kan leveren aan een beter Nederland. Als ik dat vanuit een andere positie of functie beter kan doen, dan zal ik dat doen. Het is dus niet zo dat de politiek een carrièrestap is; ik word gedreven door mijn idealen. Ik moest mijn baan, wat een hele goede baan was, opgeven om de Raad in te kunnen. Juridisch gezien waren beide functies niet verenigbaar. Dus ik heb juist een pauze genomen van mijn maatschappelijke carrière om de politiek in te kunnen. Ik denk zelf ook niet in obstakels. Soms moet je harder werken dan anderen en soms heb je meer mee dan anderen. Ik probeer me daar niet zoveel mee bezig te houden, maar te focussen op mijn werk.

Ik ben altijd gedreven geweest. Door mijn ouders en familie, zonder twijfel. Als iets niet goed bevalt, moet je in actie komen en daar wat aan doen. Dat is mij altijd geleerd en zo sta ik in het leven. Actief worden en betrokkenheid tonen kan op heel veel manieren. Voor mij is dat, op dit moment, de politiek. Mijn doel is dan ook om Amsterdam en Nederland elke dag nog net iets beter te maken.

Ik vind het ook uitermate belangrijk dat vrouwen zelfstandig zijn. Economische zelfstandigheid en zelfbeschikking zijn hele belangrijke uitgangspunten. Dat kan je bereiken door hard te werken en uiteraard om nooit op te geven. Hoe hoger je zelf op de ladder komt, hoe meer je kunt betekenen voor andere vrouwen. Wees je daarvan bewust en help anderen ook vooruit. Laat je nooit wijsmaken dat je minder kunt dan een man. Nooit.

Wat ik zie bij Stichting Camellia is een grote betrokkenheid, inzet en energie. Ik hoop dat Camellia daarmee heel veel vrouwen (en mannen!) in positieve zin kan stimuleren en inspireren om leiderschap te tonen in hun eigen leven, waar ze ook staan. Zelfverzekerde vrouwen die een rolmodel vormen voor de toekomstige generatie. Ik vind het geweldig dat Camellia zich daarvoor inzet.

Een gouden tip: blijf je ontwikkelen, blijf je ontplooien en laat je niet afschrikken, ook als soms zaken moeilijk haalbaar lijken. En om Sheryl Sandberg te quoten: “Totdat vrouwen net zo ambitieus zijn als mannen, zullen ze niet zoveel bereiken als mannen”.

Tafel van 10 met Kirsten

Op 13 maart organiseerde stichting Camellia samen met Kirsten van den Hul (kandidaat-Kamerlid PvdA, onderneemster, columnist, schrijver, arabist en voormalig VN vrouwenvertegenwoordiger) de tafel van 10. Kamerlid Amma Assante van de PvdA kwam die avond ook met ons meepraten.

De tafel van 10 is een initiatief waarbij zowel mannen als vrouwen samen de wereld veranderen en de emancipatie van de vrouw voorzetten. Er is namelijk aantoonbaar bewijs dat de economie en de maatschappij verbeteren, zodra zaken tussen mannen en vrouwen beter verdeeld zijn dan nu.

We spraken over leiderschap, diversiteit en discriminatie. Hoe we als vrouw kunnen doorknokken en hogerop komen, ook wanneer de samenleving je tegenwerkt. Door de krachten van zowel mannen als vrouwen te bundelen, de dialoog met elkaar aan te gaan en elkaar te helpen, kunnen we opzoek gaan naar harmonie en verbinding binnen de samenleving. Dit is nodig om elkaar te begrijpen en inclusiviteit op alle gebieden te bevorderen. Hoog tijd dat diversiteit een vanzelfsprekendheid wordt binnen onze samenleving.

Het is tijd voor een revolutie om Nederland inclusief te maken!

koserr-2

Interview Tweede Kamerlid Fatma Koşer Kaya

‘Voor alle vrouwen die hun dromen willen najagen, gewoon doen!’

Ik ben geboren in een klein dorpje aan de Zwarte Zee vlakbij Ҫarşamba/Samsun, maar de geur van mijn jeugd is in Bergen op Zoom, daar ben ik opgegroeid. De Turkse gemeenschap daar is heel hecht. Ik was de eerste die ging studeren en ook nog eens op kamers ging wonen in Tilburg. Mijn moeder kreeg toen vragen uit haar omgeving zoals: ‘Zou je dat nou wel doen?’ maar ze zei dan: ‘Ik vertrouw op mijn dochter’. Na mij zijn vele Turkse-Nederlandse meisjes op kamers gaan wonen.

Ik denk dat mijn zelfstandigheid voortkomt uit de opvoeding van mijn ouders en de opleiding die ik heb genoten, zeker op de middelbare school. Die school was erop gericht dat je heel zelfstandig leerde. Dat heeft mij enorm geholpen. Daarnaast was het ook een hele fijne school, waar ik met veel liefde ben opgenomen. Als er iets speelde in Turkije, werd aan mij wel gevraagd hoe het zat en wat ik daar van vond. Ze kenden mij en mijn achtergrond niet, dus dan is het ook logisch dat ze vragen stelden. Maar soms dacht ik: ‘Zoek dat zelf op!’ Nu zeg ik tegen jongeren dat ze zelf verantwoordelijk zijn waarvoor zij aangesproken willen worden. Jij bepaalt welke vragen je wel en niet wilt beantwoorden. Je bent geen verantwoording schuldig voor anderen die dezelfde achtergrond of geloof hebben.

Na mijn studie ben ik in Den Haag de advocatuur in gegaan. Vervolgens ben ik als procesjurist bij de FNV gaan werken en daarna weer terug de advocatuur in, maar dan alleen de hoger beroepszaken. In al die jaren heb ik nog nooit de vraag gekregen: ‘Jij bent Turks, kun je dit wel aan?’ Nooit. Het enige wat mensen wilden weten, is of je iets voor hen kon betekenen.

Vrouwen moeten hun droom ook altijd blijven najagen. Een heel mooi voorbeeld is Gönül Albayrak. Zij is een eenvoudige huisvrouw uit het Zwarte Zeegebied, maar wilde graag naar de kunstacademie. Ze heeft de stap gewaagd en is als beste van de hele opleiding afgestudeerd. Nu exposeert ze in de mooiste galerijen. Wat ik dus zou zeggen aan alle vrouwen die dromen willen najagen is: ‘Gewoon doen’.

Werkbezoek Google

Tijdens een netwerkbijeenkomst hebben we Leah Postma ontmoet, zij is werkzaam bij Google. Een van de pijlers van Google is diversiteit van werknemers. In het gesprek kwam al snel naar voren dat Stichting Camellia en Google veel gemeen hebben in hun visie en missie. Om deze reden heeft Leah ons uitgenodigd voor een werkbezoek aan Google.

Tijdens het werkbezoek hebben we nader kennis kunnen maken met de werkwijze en de gedachtegang van Google. Google is een zeer maatschappelijk betrokken organisatie. De betrokkenheid uit zich middels activiteiten als netwerkbijeenkomsten waar een ieder welkom is om kennis te maken met Google. Om deze reden is Google een zeer divers bedrijf.

Ook organiseren zij onder andere digitale werkplekken voor ondernemers, waar ze geholpen worden met de digitalisering en zichtbaarheid van hun onderneming. Digitalisering is de toekomst, daarom is het van belang dat kinderen al op jonge leeftijd kennis maken met programmeren. Om dit mogelijk te maken stelt Google een groot budget open zodat ieder kind, ongeacht de sociaal-economische achtergrond, toegang heeft tot deze informatie. Ook hebben we een kijkje kunnen nemen op de werkvloer waar werknemers worden aangemoedigd om zo groen en milieubewust mogelijk te leven.

We bedanken Leah voor haar uitnodiging en inspirerende verhaal!

In de stoel met Leah Postma (Google)

Op 27 maart was Leah Postma te gast bij ons in de Stoel. Leah is op het moment werkzaam bij Google als Public Policy Manager Benelux, waar zij verantwoordelijk is voor het onderhouden van relaties met de overheid, politiek, maatschappelijk middenveld en private organisaties. Leah houdt zich vanuit haar functie bezig met alles waar in de beleidsontwikkeling gesproken wordt over internet en digitalisering, thema’s die een steeds prominentere plaats innemen in onze samenleving. Voorheen werkte Leah als campagneleider Privacy bij de Consumentenbond en eerder bij toezichthouder ACM op het gebied van telecom en internetveiligheid. Leah studeerde algemene economie, maar werkt sinds vrij vroeg in haar carrière in de telecom en internet wereld, een omgeving met overwegend mannen.

Social media is nog nooit zo belangrijk geweest voor het beklimmen van de carrièreladder. Leah heeft ons meegegeven dat het belangrijk is om actief te zijn op social media. Zij is zelf benaderd om bij Google te werken door haar tweets. “Wie schrijft, blijft!” Het is belangrijk om jezelf online te profileren, maar wel eerlijk te blijven en respectvol om te gaan met elkaar.

Om succesvol te zijn moet je doen waar je gelukkig van wordt. Je moet in jezelf geloven en niet laten wijsmaken dat je niet goed genoeg bent. ‘” De enige belemmering naar succes ben je zelf”. Zelfvertrouwen is daarom ook erg belangrijk om je doelen te bereiken. Dit heeft Leah van haar moeder overgenomen, en ziet haar daarom als haar grootste rolmodel.

Bij Google probeert Leah haar bijdrage te leveren aan de maatschappij door de diversiteit te vergroten en digitalisering zo toegankelijk mogelijk te maken. Dit doet ze door netwerkbijeenkomsten te organiseren waar een divers publiek op afkomt, op deze netwerkbijeenkomsten hebben de deelnemers de mogelijkheid om Google beter te leren kennen. Om bij te dragen aan de toegankelijkheid van digitalisering heeft Google een groot budget die ze beschikbaar stellen aan kinderen met een zwakke sociaal-economische achtergrond. Tevens helpt Google ondernemers bij het profileren op internet.

Doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen, netwerken en zichtbaarheid op social media zijn volgens Leah de factoren die leiden naar succes!

 

 

 

 

 

 

Bezoek Tweede Kamer

Op uitnodiging van de heer Marcouch heeft het team van Stichting Camellia op 16 februari een bezoek gebracht aan de Tweede Kamer. Tijdens dit bezoek heeft de heer Marcouch ons een rondleiding gegeven en hebben we actuele onderwerpen besproken. Openhartig stond hij ons te woord en adviseerde ons omtrent onze lopende en toekomstige projecten.

Het team dankt de heer Marcouch nogmaals voor zijn gastvrijheid en wensen hem veel succes met de aankomende verkiezingen!

Verkiezingsdebat 2017

Maandagavond 20 februari organiseerde stichting Camellia een verkiezingsdebat in de Meevaart in Amsterdam Oost. Kandidaat-Kamerleden Nicole Temmink (SP), Jan Paternotte (D66), Barbara Gardeniers (CDA) en Mirthe Biemans (PvdA) gingen met elkaar en de bezoekers het debat aan onder leiding van dagvoorzitter Esra Dede.

De kandidaat-Kamerleden beschreven de zienswijze van hun partij op onderwerpen als diversiteit in het onderwijs, het glazen plafond voor vrouwen en vernieuwingen binnen de zorg. Onderwerpen die dit jaar in het bijzonder uitgelicht worden en de kiezer zorgen baart. De sprekers kregen de thema’s in de vorm van stellingen gepresenteerd, waaraan vooraf een introductie werd gegeven, en dit leverde waardevolle discussies op. Het publiek uitte hun zorgen omtrent de onderwerpen door kritische en boeiende vragen te stellen, waardoor het debat een interactieve wending kreeg.

Uit het debat kon men herleiden dat alle partijen pleiten voor meer diversiteit binnen het onderwijs; onder andere meer gemengde scholen, meer mannelijke leraren, meer keuzevrijheid voor ouders. Tevens willen alle partijen zich inzetten voor het doorbreken van het glazen plafond, maar ieder op een verschillende wijze. Zo vindt de SP bijvoorbeeld dat de overheid vrouwen moet stimuleren en ondersteunen om een gelijke positie in te nemen op de arbeidsmarkt, maar het CDA is van mening dat vrouwen hier zelf aansprakelijk voor zijn. De meningen van de partijen liepen het meest uiteen tijdens het bespreken van het onderwerp ‘zorg’. De SP is stelt dat het Nationale Zorgfonds zou moeten worden geïmplementeerd, waardoor de marktwerking binnen de zorg wordt afgeschaft. Alle andere partijen zijn het hier niet mee eens, maar willen eveneens de zorg goedkoper maken en kwalitatief verbeteren. Tot slot overwogen sprekers, naar aanleiding van meningen uit het publiek, hun krachten te bundelen en samen toe te werken naar een inclusieve samenleving.

Tijdens deze avond hebben zowel het publiek als de kandidaat-Kamerleden hun inzichten kunnen uitwisselen in de aanloop naar de verkiezingen. Stichting Camellia wil graag alle aanwezigen bedanken voor hun komst en iedereen van harte aanmoedigen om gebruik te maken van hun stemrecht op 15 maart!